Concurrentiebeding in je eerste franchisecontract
Een concurrentiebeding na afloop van franchise mag niet onbeperkt zijn. Zo bepaal je als startende franchisegever wat nodig en toegestaan is.
Gepubliceerd

Wie een bestaand bedrijf omzet naar een franchiseformule, wil voorkomen dat een vertrekkende franchisenemer direct met overgedragen kennis een concurrerende zaak begint. Toch kun je niet iedere toekomstige activiteit verbieden. Binnen de franchisecommunity hoort bescherming van de formule samen te gaan met ruimte voor zelfstandig ondernemerschap. Deze gids helpt je een concurrentiebeding voor ná de samenwerking gericht voor te bereiden, voordat je het eerste franchisecontract laat opstellen.
1. Ken de wettelijke grenzen
Nederland heeft specifieke franchiseregels. De Wet franchise geldt sinds 1 januari 2021 en is opgenomen in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 7:920 stelt voorwaarden aan een beding dat de franchisenemer na het einde van de overeenkomst beperkt om op een bepaalde manier werkzaam te zijn.
Zo’n beperking is alleen geldig wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- Het beding is schriftelijk vastgelegd.
- Het heeft uitsluitend betrekking op goederen of diensten die concurreren met de goederen of diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking had.
- De beperking is onmisbaar om de door de franchisegever overgedragen knowhow te beschermen.
- Het beding duurt maximaal één jaar na het einde van de franchiseovereenkomst.
- Het geografische bereik is niet ruimer dan het gebied waarbinnen de franchisenemer op grond van de overeenkomst de formule heeft geëxploiteerd.
Die voorwaarden gelden samen. Alleen een looptijd van één jaar opnemen maakt een breed verbod dus nog niet geldig. Ook een kleiner gebied lost het ontbreken van beschermenswaardige, overgedragen knowhow niet op. Voor in Nederland gevestigde franchisenemers mag niet ten nadele van hen van deze wettelijke bescherming worden afgeweken.
2. Begin met de kennis die bescherming nodig heeft
Schrijf niet eerst een verbod, maar beschrijf eerst het concrete belang. Welke kennis draag je vanuit je bestaande bedrijf daadwerkelijk over? Denk aan een niet-openbare werkwijze voor productie, een uitgewerkt serviceproces of een combinatie van praktische procedures waarmee de formule zich onderscheidt.
Knowhow heeft in de franchiseregels een specifieke betekenis: praktische informatie die voortkomt uit ervaring en onderzoek, geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is. Algemene ondernemerservaring of informatie die iedereen eenvoudig kan vinden, voldoet daar niet zonder meer aan.
Maak voor de juridische beoordeling een korte inventarisatie:
- Welke kennis ontvangt de franchisenemer tijdens opleiding en exploitatie?
- Waar is die kennis herkenbaar beschreven?
- Waarom is zij belangrijk voor de uitvoering van de formule?
- Welk concreet risico ontstaat bij onmiddellijk concurrerend gebruik na vertrek?
- Waarom volstaan minder verstrekkende afspraken niet?
Dit is geen opdracht om nog een handboek te schrijven. Het gaat om de onderbouwing van de noodzaak van het concurrentiebeding. Alleen de wens om een lokale concurrent buiten de deur te houden, is daarvoor onvoldoende.
3. Begrens activiteiten, gebied en duur afzonderlijk
Vermijd formuleringen zoals ‘alle vergelijkbare bedrijfsactiviteiten’. Beschrijf welke concurrerende goederen of diensten het beding raakt. Een formule die zich richt op een specifieke behandeling of productgroep kan niet vanzelfsprekend alle werkzaamheden in een veel breder vakgebied blokkeren.
Gebruik vervolgens de werkelijke contractuele exploitatie als uitgangspunt voor het gebied. Kies niet automatisch heel Nederland omdat je daar later wilt uitbreiden. Je toekomstige groeiplannen bepalen niet het wettelijke maximum voor het concurrentiebeding van deze franchisenemer.
Controleer ook of verschillende documenten hetzelfde gebied beschrijven. Een contract met een afgebakend werkgebied en een bijlage met een veel ruimere kaart zorgt voor onzekerheid. Bij online dienstverlening of verkoop buiten een vestigingsgebied verdient de geografische afbakening extra juridische aandacht; neem niet aan dat internetverkoop automatisch een landelijk verbod rechtvaardigt.
Beoordeel ten slotte de duur. Eén jaar is een maximum, geen verplichte standaard. Leg intern vast waarom de gekozen periode nodig is en onderzoek of een kortere beperking voldoende bescherming biedt.
4. Toets het beding vóór je kandidaten laat tekenen
Laat een franchisejurist de bepaling beoordelen in samenhang met het gehele contract. Ook algemene contractregels en, afhankelijk van de afspraken en omstandigheden, het mededingingsrecht kunnen relevant zijn. Een boetebeding maakt een ongeldig concurrentieverbod niet alsnog geldig.
Bespreek het beding tijdens het contracttraject met de kandidaat. Het hoort bij de conceptovereenkomst die je vooraf verstrekt, niet in een losse aanvulling die pas bij ondertekening verschijnt. De wettelijke informatieverstrekking en standstillperiode blijven van toepassing.
Test de tekst met concrete vertrekgevallen. Wat gebeurt er als iemand elders in loondienst gaat? Een niet-concurrerend bedrijf opent? Of dezelfde activiteit buiten het voormalige exploitatiegebied voortzet? Een bruikbaar beding moet duidelijke antwoorden opleveren zonder méér te verbieden dan nodig en toegestaan is.
Praktische kern: onderbouw eerst welke overgedragen knowhow bescherming nodig heeft. Begrens daarna activiteit, gebied en duur, en laat de complete bepaling toetsen voordat je haar aan je eerste franchisenemer voorlegt.
Bronnen
- Starting as a franchise entrepreneur - Business.gov.nl
- Franchisenemer worden
- Van je bedrijf een franchiseformule maken? Let hierop - KVK
- Franchise starten in 2026 | Verschillende formules ...
- Wat betekent de Wet franchise voor jou? | DAS
- Franchisecontract opstellen | Ondernemersplein
- Waarom slimme ondernemers het wiel niet meer zelf uitvinden
- Regels voor franchise - Ondernemersplein - Overheid.nl



