Black Label Hotels plant groei met circa tien extra hotels
Black Label Hotels heeft circa tien extra hotels gepland tot 2028 en 2029. De franchisenemer richt de groei op België en Duitsland.
Gepubliceerd

Black Label Hotels heeft een vastgelegde pijplijn van ongeveer tien extra hotels, met openingen gepland tot 2028 en 2029. Dat blijkt uit een op 19 oktober 2026 gepubliceerd praktijkverhaal van the Future of Hospitality met oprichter en CEO Martin Hendricks. De groep, die als franchisenemer hotels onder internationale merken exploiteert, richt zijn groei nu op België en Duitsland.
Van gastenverblijf naar internationale merken
Hendricks bouwde Black Label Hotels volgens het praktijkverhaal op van een gastenverblijf bij een kasteel tot een groep van ongeveer tien hotels onder merken zoals Hilton. De volgende groeifase heeft nadrukkelijk een grensoverschrijdend karakter: naast België en Duitsland zijn ook Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland in beeld. Niet voor al die landen worden afzonderlijke openingen of aantallen genoemd.
De aangekondigde pijplijn geeft daarmee vooral zicht op de omvang en looptijd van de uitbreidingsplannen. Het gaat om ongeveer tien extra hotels met geplande openingen tot 2028 en 2029, niet om tien hotels die al operationeel zijn. Concrete adressen en openingsdata worden in het praktijkverhaal niet uitgewerkt.
Voor de Nederlandse franchisecommunity biedt de ontwikkeling een voorbeeld van groei met meerdere vestigingen onder internationale hotelmerken. Bij Black Label gaat die schaalvergroting samen met een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden: het merk levert onder meer bereik en herkenbaarheid, terwijl de exploitant verantwoordelijk blijft voor het dagelijkse bedrijf en het financiële resultaat.
Bekend merk, eigen exploitatierisico
In het model dat Hendricks beschrijft, sluit Black Label Hotels een huurovereenkomst met een ontwikkelaar. De groep exploiteert vervolgens het hotel onder een internationaal merk en betaalt daarvoor franchisefees. Personeel, kosten en resultaat vallen onder de verantwoordelijkheid van de franchisenemer. Ook het volledige exploitatierisico blijft bij de exploitant liggen.
Een bekende naam op de gevel neemt dat ondernemersrisico dus niet over. Hendricks legt de waarde van aansluiting bij een hotelmerk vooral uit aan de hand van distributie en wat hij merkmarge noemt. Een grote keten heeft volgens hem een groter bereik dan een zelfstandige exploitant alleen kan opbouwen. Dat kan de aanloop naar een stabiele exploitatie verkorten.
Daarnaast stelt hij dat gasten bereid zijn meer te betalen voor een kamer onder een bekend merk. Dat is zijn onderbouwing voor het franchisemodel, geen gepubliceerde garantie voor het rendement van iedere vestiging. De financiële afweging blijft of de bijdrage van het merk voldoende opweegt tegen de bijbehorende kosten. Een DoubleTree by Hilton uit de ontwikkeling van de groep wordt volgens het verhaal nog altijd door Black Label geëxploiteerd.
Aandeelhouder ondersteunt de groeiruimte
Begin 2024 trad een Nederlands family office toe als aandeelhouder van Black Label Hotels. Deze investeerder ging ook helpen met de garanties die bij de verdere ontwikkeling van de groep nodig waren. Hendricks beschrijft die ondersteuning als een belangrijke versneller van de groei.
Het praktijkverhaal noemt geen investeringsbedrag of aandelenpercentage. De betekenis van de toetreding ligt in de beschreven combinatie van aandeelhouderschap en ondersteuning bij garanties. Daarmee krijgt de uitbreiding niet alleen een operationele kant, maar ook een financiële basis voor nieuwe verplichtingen.
Voor ondernemers die meerdere franchisevestigingen willen exploiteren, maakt deze casus een relevant onderscheid zichtbaar. Het kunnen runnen van een locatie en het kunnen dragen van verdere uitbreiding zijn verschillende vraagstukken. Bij Black Label staan de dagelijkse exploitatie, de samenwerking met hotelmerken en de ondersteuning door een aandeelhouder naast elkaar in het groeimodel.
Eindhoven als voorbeeld van resultaatverbetering
Een concreet Nederlands voorbeeld is het Holiday Inn in Eindhoven met 270 kamers. Volgens het praktijkverhaal had dit hotel negen jaar verlies geleden. De eigenaar had het gekocht met het oog op herontwikkeling en vroeg Black Label om vanaf 1 augustus 2024 de exploitatie te verzorgen. Aan het einde van dat jaar maakte het hotel volgens dezelfde publicatie winst.
De beschreven aanpak draaide niet om een ingrijpende verandering van het hotel. Het team wilde iedere regel van de winst-en-verliesrekening met 5 tot 10 procent verbeteren. Dat percentage was een verbeterdoel; het verhaal geeft geen afzonderlijke resultaten per kosten- of opbrengstenpost en noemt evenmin een winstbedrag.
Praktische les: beoordeel uitbreiding onder een franchisemerk op drie samenhangende punten: de aantoonbare bijdrage van het merk, de ruimte om verplichtingen en garanties te dragen en de beheersing van het resultaat per vestiging. De casus van Black Label laat zien waarom alleen een bekende naam daarvoor niet voldoende is.



